Vooruitgang alleen mogelijk met goede landbouwpraktijk

Vorige week was ik bij de evaluatie van de Meststoffenwet. Tijdens deze bijeenkomst werd opnieuw duidelijk dat het alsmaar aanscherpen van generieke normen vaak de verkeerde weg is. Beleid wat achter de computer is bedacht met hulp van de best beschikbare wetenschappelijke modellen, blijkt toch veelal tekort te schieten. Wat theoretisch voor verbeteringen zorgt, blijkt in de praktijk niet altijd werkbaar. Voor de toekomst wordt dan ook meer nadruk gelegd op goede landbouwpraktijk. Hiermee moet een betere waterkwaliteit worden behaald. Maar wat is dan goede landbouwpraktijk?

Eigenlijk komt het er vooral op neer dat de boer weer zijn echte werk op de grond moet kunnen doen. Of het nou een akkerbouwer of veehouder is, de boer is nog steeds de specialist in het verzorgen van de bodem en het voeden van zijn (voeder)gewassen. Niemand die beter weet hoe je rekening moet houden met de verschillende eigenschappen van percelen en met verschillen binnen de percelen. Wel is er een enorme spreiding te zien in resultaten tussen de verschillende ondernemers. Waar de ene boer een negatieve fosfaatbalans en een zeer lage stikstofbalans heeft, zijn er ook boeren die hier ver vanaf zijn.

Beïnvloedingsfactoren

Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de benutting van mineralen en de uit- en afspoeling. Sommige daarvan, zoals extreem weer, grondsoort en stand van het grondwater, zijn een gegeven. Maar er zijn ook zeker zaken die de boer wel kan beïnvloeden. Bodemverdichting is bijvoorbeeld een direct gevolg van zware belasting van de bodem. Verder blijkt uit een recente analyse van zo’n 200 percelen dat bij maisteelt op scheurgrond nog steeds flink bemest wordt, ondanks dat er een dubbele hoeveelheid stikstof over is na het groeiseizoen in vergelijking met  gewone maispercelen. Ook de teelt van groenbemester kan nog vaak verbeterd worden.

Precisiebemesting

Dit jaar heb ik een aantal bijeenkomsten over precisiebemesting bezocht. Precisiebemesting maakt het beter mogelijk om de mest goed te benutten. Door de mest op het juiste tijdstip met lage emissies aan te wenden, is de benutting maximaal. Ook is een startgift bij maisteelt te heroverwegen. Vroeger had een startgift met fosfaat nut voor de ontwikkeling van de plant. Tegenwoordig wordt er vanwege de derogatie-eisen echter vaak alleen stikstof meegegeven bij de start. Het risico op verliezen gaat omlaag, wanneer deze gift pas wordt gegeven als de plant het nodig heeft, namelijk in juni.

Volop beweging

De technische ontwikkelingen staan niet stil en met hulp van sectieafsluiting, GPS, NIR en taakkaarten kan overal op maat worden bemest. Bekijk ook het filmpje over precisiebemesting in de melkveehouderij. Steeds meer varkensmest wordt gescheiden waardoor de akkerbouwers hun bemestingsplan kunnen optimaliseren met een combinatie van rundveemest, varkensmest en dunne fractie. Daardoor kan veel meer kali en stikstof uit dierlijke mest worden benut, wat weer goed is voor het sluiten van de nationale kringlopen.

Er is volop beweging. Nu maar hopen dat de wetgever/het nieuwe kabinet de goede landbouwpraktijk kan bijhouden en voldoende ruimte biedt voor het vakmanschap wat zich volop manifesteert.

Kees Kroes

No Comments Yet.

Leave a comment