Meten wat in de bodem gebeurt

Op zes melkveebedrijven in de Achterhoek zijn sensoren in de bodem geplaatst. Het is een activiteit van het project ‘Vruchtbare Kringloop Achterhoek’. De melkveehouders gaan onderzoeken of meten in de bodem kan helpen om beter te kunnen boeren.

‘Hoe we ermee gaan werken? Dat moeten we nog uitvinden’, stelt melkveehouder Paul Barink uit Barchem. Op zijn bedrijf zijn op drie plekken meetstaven met sensoren in de bodem gegraven, waarvan twee in graslandpercelen. ‘Die meten op 10, 30 en 60 centimeter diep. Eén meetstaaf zit in een maisperceel, met meetpunten op 30, 60 en 90 centimeter’, vertelt de melkveehouder.

De sensoren kunnen drie onderdelen meten: temperatuur, vochtgehalte en elektrische geleidbaarheid. ‘Deze gegevens kunnen boeren mogelijk helpen om de bemesting te verbeteren. Of dat werkelijk gaat lukken, is nu nog niet te zeggen. We moeten eerst gevoel krijgen voor de meetgegevens die we gaan verzamelen’, zegt Barink.

De sensorenproef is een driejarige proef van ‘Vruchtbare Kringloop Achterhoek’ (VKA), die Projecten LTO Noord begeleidt. ‘Het doel is om erachter te komen of de data die we hiermee verzamelen, geschikt zijn als ondersteunende informatie’, vertelt projectleider Edwin Haasjes van Projecten LTO Noord.

‘Uiteindelijk moet de informatie leiden tot praktische adviezen voor boeren, met als doel om beschikbare mineralen beter te benutten en daarmee met minder bemesting meer en  kwalitatief beter gewas van het land te halen.’

De proef is mogelijk gemaakt door subsidie vanuit Brussel. ‘Bij de aanvraag dachten we dat we de sensoren zouden kunnen benutten om de uitspoeling van stikstof in de bodem vast te stellen’, vertelt Toon van Kessel, pecialist waterkwaliteit bij VKA en in
dienst van Vitens. ‘Maar sensoren om nitraat te meten, zijn er nog niet. Daarom hebben we gekozen voor sensoren waarmee we mogelijk een indicatie krijgen over de nitraatuitspoeling’, licht hij toe.

Verhalen van meetgegevens
Op proefboerderij De Marke in het Gelderse Hengelo zijn ook sensoren geplaatst. Het is de bedoeling dat De Marke met ondersteuning van Wageningse onderzoekers gaat bijdragen
aan de vertaling van de meetgegevens naar zinnige adviezen voor melkveehouders.

‘Ook wij moeten de komende tijd leren werken met de signalen die de sensoren ons leveren, hoeveel die signalen schommelen en hoe je die schommelingen moet interpreteren’, vertelt Gerjan Hilhorst, onderzoeker bij De Marke.

‘Een volgende stap is de vertaalslag van ruwe data naar beslisondersteunende informatie. Die is waarschijnlijk niet makkelijk. Toch verwacht ik dat ook deze sensortechniek uiteindelijk kan bijdragen aan het beter managen van een melkveebedrijf’, aldus de onderzoeker.

Dit artikel verscheen eerder in Nieuwe Oogst.
Tekst: Berrie Klein Swormink - foto: Jan van den Brink

No Comments Yet.

Leave a comment