Kavelruil unieke kans voor een gebied

Losser staat aan de vooravond van een vrijwillige kavelruil. Die is anders dan gebruikelijk doordat in het ruilgebied drie Natura 2000-gebieden liggen. Collega Oene de Jong is hierbij nauw betrokken vanuit zijn rol als projectleider bij het Coördinatiepunt Kavelruil Overijssel. Benieuwd hoe zo’n kavelruilproject verloopt en welke uitdagingen er liggen? Lees dan verder.

Jan Reimer, voorzitter van LTO Noord afdeling Losser, ziet de kavelruil als een unieke kans om de structuur van de landbouw in het gebied te versterken. ‘De natuurontwikkeling in de Natura 2000-gebieden heeft een grote impact op de landbouw in onze gemeente. Veel boeren hebben of krijgen er mee te maken’, zegt Reimer. ‘Als LTO Noord-afdeling hebben we het bij de provincie voor elkaar gekregen dat we aan de slag mogen met een vrijwillige kavelruil. Die biedt mogelijkheden om de structuur van de landbouwbedrijven in onze regio te versterken.’

In het grootste deel van gemeente Losser is de verkaveling van agrarische bedrijven niet geweldig. Een grote kavelruil is er nooit geweest, uitgezonderd de ruilverkaveling in Losser-Zuid. ‘Veel boeren hebben te maken met verspreid liggende kavels’, stelt Oene de Jong van Projecten LTO Noord. Hij is projectleider bij het CKO (Coördinatiepunt Kavelruil Overijssel) . ‘Kavelruil kan bijdragen aan grotere huiskavels, minder veldkavels en lagere bedrijfskosten. Daarmee verbeteren we enerzijds het economisch perspectief van bedrijven en spelen anderzijds in op maatschappelijke wensen. Kavelruil maakt bijvoorbeeld het toepassen van weidegang makkelijker. En zorgt ook voor minder landbouwverkeer op de plattelandswegen.’

Consultatieronde

‘De volgende stap is dat we alle grondeigenaren uitnodigen voor een gesprek waarin we ze vragen of ze mee willen doen’, vertelt Herman Nieuwe Weme. Hij is door het CKO aangesteld als voorzitter van de kavelruilcommissie. Nieuwe Weme, in het dagelijks leven melkveehouder in Weerselo, weet waarover hij het heeft. Hij begeleidde in gemeente Dinkelland al twee keer een vrijwillige kavelruil.

Dit najaar, na de consultatieronde, beslist de kavelruilcommissie of er voldoende aanknopingspunten zijn om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Dan begint het overleg over het ruilen van percelen. Dat kan op verschillende manieren. De kavelruilcommissie kan met concrete voorstellen naar grondeigenaren gaan. ‘Maar we denken er ook over om eigenaren in een groep bij elkaar te zetten, en ze zelf met een voorstel voor een ruilplan te laten komen.’

Enthousiasme en grond

Projectleider De Jong verwacht dat de combinatie landbouw en natuur in het ruilgebied niet alleen lastig is, maar ook extra kansen biedt. ‘De provincie heeft bijvoorbeeld de afgelopen jaren al de nodige grond opgekocht. Daar kunnen we gebruik van maken als smeerolie in het ruilproces. Verder zorgt de ontwikkelopgave voor de Natura-2000 voor mogelijkheden om complete bedrijven te verplaatsen. Als je dit slim kunt combineren met kavelruil, kunnen meerdere agrarische bedrijven daar baat bij hebben.’ De Jong constateert dat succes van de vrijwillige kavelruil valt of staat met enthousiasme bij de deelnemers en de beschikbaarheid van grond. ‘Beide lijken voorhanden. Dus onze verwachtingen zijn hooggespannen.’

Dit artikel stond op 18 juni 2016 ook in Nieuwe Oogst. Tekst en foto door Berrie Klein Swormink voor Projecten LTO Noord.

No Comments Yet.

Leave a comment