‘Alleen grasland voor betere bodemvruchtbaarheid’

Melkveehouder Art Wolleswinkel in Renswoude (Utr.) doet mee aan de BEP pilot evenwichtsbemesting fosfaat. De extra bemestingsruimte die hem dit oplevert is beperkt. Wolleswinkel doet vooral mee om te bereiken dat er betere mestregels komen. ‘Voor de meeste melkveehouders die meedoen, levert de BEP-pilot flink wat extra mestruimte op’, meldt projectleider Menno Douma.

Op de voergang staan pakken kuilgras tussen Weelink-voerhekken te wachten op de melkkoeien die buiten aan het grazen zijn. Melkveehouder Art Wolleswinkel vertelt dat hij sinds twee jaar geen snijmais meer teelt. (Kuil)gras is het enige ruwvoer dat de koeien krijgen.

‘Dat we stopten met het verbouwen en voeren van snijmaïs heeft meerdere redenen’, vertelt Wolleswinkel. ‘De belangrijkste is dat maïsteelt wat mij betreft niet past bij het werken aan een betere bodemvruchtbaarheid van de zandgrond hier. Met maïs verlaag je het organische stofgehalte van de grond. Terwijl je met blijvend grasland bijdraagt aan het verhogen ervan. Eiwit teel ik nu zoveel mogelijk zelf, energie voer ik vooral aan via rustige structobrok.’

Productiecapaciteit verbeteren

Wolleswinkel beschouwt grond als één van de belangrijkste productiemiddelen van zijn bedrijf. Hij zoekt naar mogelijkheden om de productiecapaciteit in stand te houden c.q. te verbeteren. ‘Daarom doe ik ook, sinds de start drie jaar geleden, mee aan de pilot evenwichtsbemesting fosfaat ofwel BEP-pilot. Al sinds 2011 werk ik met de kringloopwijzer, en die laat jaar op jaar zien dat we meer fosfaat aan de grond onttrekken dan we toedienen.’

Het doel van de BEP-pilot is om het voor bedrijven mogelijk te maken om te komen tot een evenwichtsbemesting op een hoger niveau dan met de huidige gebruiksnormen mag. De pilot loopt tot en met 2017 en wordt gefinancierd door ZuivelNL. Projecten LTO Noord verzorgt de projectleiding en de communicatie. Vanuit Projecten LTO Noord is Menno Douma contactpersoon.

Extra mestruimte

‘Voor de meeste melkveehouders die meedoen, levert de BEP-pilot flink wat extra mestruimte op’, meldt projectleider Douma. Vorig jaar mochten deelnemers aan de pilot gemiddeld 25 procent fosfaat, ongeveer 20 kg per ha, extra bemesten.

Deelnemers aan de BEP-pilot berekenen de fosfaatonttrekking met de kringloopwijzer die inmiddels voor vrijwel alle melkveehouders verplicht is. Projecten LTO Noord voert een extra check uit op de ingevoerde gegevens. Douma: ‘Dat doen we door ingevoerde getallen te vergelijken met standaardwaarden. In de toekomst, als hopelijk alle melkveehouders evenwichtsbemesting toe mogen passen, moeten de gegevens die melkveehouders berekenen met de kringloopwijzer dusdanig geborgd zijn dat de kans op foute uitkomsten klein is.’

Gebruiksnorm stikstof

Voor Wolleswinkel was de extra mestruimte vorig jaar 7 kg fosfaat per ha. Die heeft hij niet benut omdat meer drijfmest toedienen niet mag vanwege de gebruiksnorm voor stikstof die in zijn regio 230 kg per ha is. ‘Scheiden van drijfmest zou een manier kunnen zijn om meer fosfaat te bemesten zonder de stikstofnorm te overschrijden. De kosten wegen in mijn geval niet op tegen de extra mestruimte. Ook aanvoer van compost is een mogelijkheid, maar het blijft krom dat ik daarvoor eerst mijn eigen drijfmest moet afvoeren.

Melkveehouder Wolleswinkel hoopt dat de BEP-pilot helpt om tot betere mestregels te komen. ‘Als Nederlandse grondgebruikers moeten we zuinig zijn op de fosfaatvoorraad in onze bodem. Zeker gelet op het verwachte fosfortekort op wereldschaal. Wat mij betreft wordt evenwichtsbemesting het uitgangspunt. In mijn situatie betekent dat meer drijfmest benutten. Zo kunnen we de kringloop verder sluiten en het kunstmestgebruik beperken.’

Tekst en foto door Berrie Klein Swormink voor Projecten LTO Noord

 

No Comments Yet.

Leave a comment